Geplaatst op 11/03/2021

De energietransitie in Nederland dreigt te stagneren: terwijl de vraag naar stroom almaar toeneemt, wordt het aanbod uit duurzame bronnen steeds grilliger. De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) gaat daarom samen met drie andere universiteiten, TNO en negen industriële partners onderzoeken hoe deze impasse te doorbreken. De onderzoekers zoeken de oplossing niet alleen in technologie (zoals kunstmatige intelligentie), maar kijken ook naar wet- en regelgeving. Het programma, dat wordt gesubsidieerd door NWO, moet leiden tot nieuwe manieren waarop lokale energiesystemen zichzelf kunnen managen.

“In de energietransitie is het belangrijk innovaties in technologie te combineren met innovatie van de wet- en regelgeving,” aldus professor Koen Kok van de faculteit Electrical Engineering van de TU/e en leider van het nieuwe onderzoeksprogramma. “Als de wet- en regelgeving achterloopt bij de technologische ontwikkelingen, dan remt dat de innovatie die nodig is voor de verduurzaming,” vervolgt hij. “Die rem werk twee kanten op. Met het MegaMind Programma willen we die wederzijdse wurggreep opheffen.”

De randen van het elektriciteitssysteem

Het onderzoek richt zich op de zogenaamde randen van het energiesysteem: de distributienetwerken en de energie-producerende en -consumerende apparaten die daarop zijn aangesloten. Elektriciteit als energiedrager speelt hierin een belangrijke rol. De vraag naar stroom neemt almaar toe, onder andere door de groei in warmtepompen en in elektrische auto’s en bussen. Tegelijk wordt het aanbod grilliger door een groeiend aanbod duurzame elektriciteit van wind en zon.

Netwerkbeheerders en marktpartijen zoeken naar mogelijkheden om overbelasting van het netwerk te voorkomen en om vraag en aanbod op een slimme manier aan elkaar te koppelen. “Kunstmatige intelligentie kan daarbij een belangrijke rol spelen, , zolang de mechanismen om data èn energie uit te wisselen maar transparant en eerlijk zijn voor alle betrokkenen,” aldus Kok.

“Het succes van de energietransitie staat of valt met twee dingen: de manier waarop de ketenpartners in de lokale elektriciteitssystemen gezamenlijk nieuwe digitale technologieën, adopteren, en de manier waarop de wetgever ze toestaat dat te doen”

Complexiteit

De onderzoekers werken in het programma samen met de vier grote netbeheerders voor elektriciteit in Nederland: Stedin, Liander, Enexis en TenneT. Kok: “De regionale netbeheerders verbinden met hun netwerken de lokale energiesystemen met elkaar en met het transportnet van TenneT. Het gaat om een uiterst complex systeem, zowel qua structuur als wat betreft de hoeveelheid data die erin omgaan. We zien dan ook bij de netbeheerders een grote behoefte aan nieuwe oplossingen op het gebied van technologie en regelgeving.”

Ook PwC, dat binnen het consortium optreedt als coördinator namens de industriële partners, benadrukt het belang van goede regelgeving in lijn met technologische vernieuwingen. “De energietransitie vraagt om samenwerking van partijen uit de publieke en private sector, start-ups, scale-ups en gevestigde namen.”, zegt Jan-Willem Sanders, Partner en Consulting lead Energy, Utilities & Resources bij PwC. “Het vooruitstrevende van dit programma is dat we, naast het gebruik van data en kunstmatige intelligentie om grip te krijgen op complexe systemen, ook veel aandacht besteden aan het juridische en ethische kader waarbinnen data wordt gedeeld en eerlijke marktmechanismen worden geborgd.”

Het programma

Het programma kent drie hoofdthema’s. In het eerste thema bekijken de onderzoekers hoe lokaal beschikbare data uitgewisseld en ingezet kan worden voor het monitoren van het elektriciteitsnetwerk. Ze ontwikkelen daarvoor nieuwe gedistribueerde AI-technieken die lokaal de staat van het netwerk (stromen, spanningen) in kaart brengen en voorspellen.

In het tweede thema onderzoeken ze hoe de lokale vraag en aanbod van elektriciteit via geautomatiseerde besluitvorming en zelfmanagement kan worden afgestemd op de beschikbare netwerkcapaciteit en de beschikbaarheid van (groene) stoom uit hogere delen van het netwerk.

In het derde thema staan de technische en juridische aspecten van data delen centraal. Aan de ene kant gaat dit over regelgeving en overeenkomsten tussen partijen over zaken als data-eigenaarschap, dataprivacy en bescherming van bedrijfsgeheimen. Aan de andere kant draait dit om technische oplossingen om geautomatiseerd data te delen.

Het consortium

Bij het door de TU/e geleide programma zijn, behalve TU/e en TNO, drie universiteiten en negen industriële partners betrokken. Het gaat om Enexis Netbeheer B.V., ENGIE Services Nederland N.V., IBM GBS Nederland B.V., Liander N.V., PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., Smart State Technology B.V., Stedin Netbeheer B.V., Technische Universiteit Delft, TenneT B.V., Tilburg University, Transdev Nederland (Connexxion Nederland B.V.), en Universiteit Twente.

Met de investeringen vanuit de sector en het door NWO toegekende bedrag uit het Perspectief-programma ontstaat er een budget van 3,7 miljoen euro. Hiervan kunnen tien onderzoekers, promovendi en postdocs, aan de slag bij de vijf kennisinstituten in het consortium.